Groen autootje

Ik ben weer eens in Nieuwvliet-Bad, mijn halfjaarlijkse retraite. De tijd dat ik tot rust kan komen.

Dat mijn middellange termijngeheugen me niet in de steek liet vandaag vond ik een heel speciale ervaring: ik dacht enkele seconden na over de plaats waar de AH is en ik wist het meteen. Torenweide. Torenweidelaan in Oostburg. Kwartiertje van hier. Voor een stokbrood en beleg voor vanmiddag.

Met mijn winkelkar – ja ook voor een paar spulletjes neem ik een winkelkarretje – laad ik de drie etenswaren in mijn koffer (trunk), en zie een schattige buurautootje.

Ik breng mijn winkelkarretje naar de winkelkarretjesopvang en de auto is niet meer alleen.

Een man, een stijlvolle dertiger, stapt in de auto en rijdt met een zacht brullend geluidje weg. Stiekem maak ik een foto net voor hij wegrijdt, kijk nog na maar kan het merk van het autootje niet lezen. Jaren 50 of 60 stijl.

Waarom moet ik voor een paar spulletjes een winkelkarretje nemen en wegbrengen? Ik had een dertigsecondengesprek met hem kunnen hebben, of minuten, of in het autootje kunnen binnenkijken, of meerijden.

Mijn auto op de foto naast de groene oldtimer ziet er zo groot uit. En ik ben blij dat hij ook mooi blinkt voor op de foto.

Benieuwd vraag ik aan ChatGpt welke auto het is. Een Autobianchi. Grok zegt een Panhard Dina 40 pk (dat is ongeveer een tiende van het vermogen van mijn Tesla – maar dat doet er niet toe). Ik koppel terug naar ChatGpt en nu is het een Trabant. Grok ontkent en bevestigt zijn/haar/hun (Grok weigert gender, alweer terzijde) Panhard. ChatGpt beweert nu dat het een NSU Prinz is. Als ik naar het logo vraag: een Trabant.

Leve AI!

Is er een oldtimerliefhebber die me kan helpen?

Of rij ik deze week elke dag naar de AH in de hoop het autootje terug te zien? Ik neem geen winkelkarretje.

Vandaag reed ik liever naar Knokke om het cartoonfestival te bezoeken.

En toch houdt het me bezig. Dus naar Google Gemini, en die weet het wel, want ik herinner me de letters enigszins die ik zag.

Dit is de auto dus:

Het groene autootje op de foto is een Goggomobil Coupé (type TS).

Het is een bekende “dwergauto” (microcar) uit de jaren 50 en 60, geproduceerd door het Duitse bedrijf Hans Glas GmbH. Op de voorkant van de auto (net boven de grille) kun je in het chroom ook de naam “Goggomobil” zien staan als je goed inzoomt.

Hier zijn een paar leuke details over deze auto:

  • Formaat: Het contrast met de witte Tesla Model 3 laat prachtig zien hoe klein auto’s vroeger waren; de Goggomobil is slechts zo’n 3 meter lang.
  • Motor: De meeste modellen hadden een piepkleine tweecilinder tweetaktmotor van 250cc, 300cc of 400cc.
  • Kenteken: De auto op de foto heeft een Nederlands blauw “oldtimerkenteken”, wat betekent dat hij van vóór 1978 is (gezien het model waarschijnlijk ergens tussen 1957 en 1969).

Verzet

Ik verzet me niet meer, ik blijf lekker lui op de bank liggen.

Ik ben ook wat oud geworden voor verzetjes. Ooit was dat anders, ik fladderde door het leven, weliswaar figuurlijk. Want tegenwoordig is alles letterlijk. Ik ben letterlijk oud, dat klopt.

Toen de Koude Oorlog volop woedde, heb ik mijn Lada Niva, een 4×4-auto zonder vierwielaandrijving, weggedaan. Nooit zou ik nog met een Russische auto rijden die de Russische tanks financiert en bovendien het nucleaire programma mogelijk maakt. Ik had nog geen rijbewijs toen, maar ik had het kunnen hebben en ik meende het en ik verkondigde het als tiener en ik dramde door. We dronken er ons doorheen en vervolgden onze koude strijd ’s avonds naar huis.

Twintig jaar later. Volkswagen. Ik kon mijn weerzin voor het naziregime voor me uitschuiven door de decennia die er overheen gegaan waren; een degelijke wagen met een tdi-motor, met rode i: 110 pk, dat moest met rood getoond worden. Toen brak het sjoemelsoftwareschandaal los. Ik heb geen claim ingediend want de auto was niet van mij maar van mijn werkgever.

Over naar Saab. Zweedse eigenzinnigheid, aangenaam rijgedrag, en wat buitenissig. Ikzelf reed met een 9-3, en als die in onderhoud ging kreeg ik die dat een 9-5. Die kon je pas verlaten als je hem/haar/hun in achteruit schakelde – ik vond dat toen een klein verzet. Saab als autobouwer gaat failliet. Wat overblijft van Saab is een defensiebedrijf.

Dan maar Zweedse degelijkheid made in Belgium: Volvo. Stug maar sterk. Volvo for life! Dacht ik. Drie Volvo’s verder haak ik af. Neen, ik haak niet af, ik ga in het verzet, alweer. Ik wil niet afhankelijk zijn van de nieuwe eigenaar van Volvo: China.

Na de inval van Rusland in Oekraïne – alweer Rusland zoveel jaren later – stijgt de olieprijs tot ongekende hoogtes. Ik wil niet langer afhankelijk zijn van olie. Bovendien wil ik groener leven. Elektriciteit is de toekomst (zoals die in de zeventiger jaren het verleden was ten voordele van gas – maar dit terzijde).

Het wordt een Tesla, tweedehands, met een premie van de Vlaamse overheid. Groen werkt ook bij mij beter met premies. Klein verzet wordt beloond.

Dan volgt de verkiezing van Trump als president en Elon Musk als Doge-verantwoordelijke. Tesla is niet meer gewenst. Ik verzet me niet meer. Ik ben blij met mijn auto en verzet me niet tegen alle updates die er ten goede komen. Ik kleef zelfs geen sticker tegen Musk.

Ik maai het gras niet meer in de tuin, ik ruik aan de bloemen, de grond, het gras, het graf van alle insecten die hier ooit leefden, ik luister naar de bomen, ik hoor de bijen, voer voor de hoornaars, die onze habitat verwoesten, net als de nieuwkomers die onze samenleving inpalmen, onze samenleving, mijn samenleving, ik hoor een vliegtuig, ik zie strepen in de lucht, chemtrails, ik ben het zeker, ik kom in verzet, ik laat het hier niet bij, onze democratie lijdt onder demografische ontwikkelingen die we niet wensen. Opstand! Leve de Leider!

Ik lig op de bank en heb een nare droom.

Staking postbodes

Ik begrijp de postbodes wel. Door de reorganisatie die men wil doorvoeren veranderen de uurroosters. De postbode zou dan wat later beginnen werken en kan dus wat langer slapen. Klinkt goed.

Wie voor het beroep van postbode gekozen heeft, heeft vaak gekozen voor de vroege uurroosters. Enkele jaren geleden was dat trouwens nog een van de argumenten die het postbedrijf in zijn flyers in de verf zette.

De postbode heeft in de vroege middag gedaan met werken en kan dus daarna sporten (er zijn renners die begonnen zijn als postbode), een dutje doen, in de tuin werken, vrijwilligerswerk doen (naschoolse opvang, busbegeleiding voor kinderen), zorg in het gezin opnemen, of bijklussen.

Zelf ben ik in contact geweest met een postbode die in de namiddag na zijn ronde zijn tweede ronde begon als ijsjesverkoper. In contact gekomen is in de context wel letterlijk te nemen. Het was een hard contact die zaterdagmiddag in mei 2019 toen de ijscokar links indraaide en mij als tegenligger op mijn motor niet zag aankomen. Ik ben met lichte verwondingen afgevoerd naar het ziekenhuis en kon na tien weken het werk hervatten.

Op de postbode zijn ijsjesronde nog hervat heeft weet ik niet.

Reclameterrorisme

Dat privébedrijven zoals Immoscoop me terroriseren met deuntjes die me het slapen niet gunnen – oorwurmen zouden werken volgens de reclamemakers – ergert me.

Dat de vrt nu net hetzelfde doet vind ik nog erger. “Kom van dat gat af”! Wie bedenkt zoiets? De 60-plussers die het liedje van Peter Koelewijn moesten aanhoren als klein kind bij zattenonkelsfamiliefeesten, de ouderen van dagen die het liedje van 1960 meezingen in het woonzorgcentrum zijn niet de doelgroep van de campagne (denk ik). Hip? Hop weg ermee. Op naar 2 april en laat je gaan, lach, schater, zing en help wie van zijn stoel valt, wie van gat geeft, was je voeten: het is Witte Donderdag, de dag voor Goede Vrijdag. Laat het ophouden daarna.

Zandloper

In De Wereld Vandaag op Radio 1 hoorde ik van motivatiepsycholoog Maarten Van Steenkiste de ultieme tip om vol te houden met korter douchen – een mooi voornemen om minder energie te verbruiken en ook al veelvuldig aanbevolen tijdens de vorige energiecrisistipsperiode. Eens onder de douche stroomt het warme water zo goed dat je het voornemen op dat moment zou kunnen vergeten in het heetst van het genieten. Gedragsverandering vergt soms eenvoudige hulpmiddelen. Dus de tip: zet een zandloper.

Ikzelf had eerder gedacht aan een timer op mijn iPhone, of een playlist die na twee minuten stopt, maar neen, een zandloper dus. Voordeel is dat die geen elektriciteit verbruikt, logische keuze dus.

Zelf zit ik nu in een vakantiehuisje en hangt de prijs niet af van hoe warm ik mijn huisje verwarm of hoe lang ik onder de douche sta.

Het solidariteitsprincipe dat professor Van Steenkiste in datzelfde gesprek aanhaalt indachtig, neem ik nog even de auto (elektrisch, dankzij de financiële stimulans van Open VLD, maar dat is een ander item in hetzelfde gesprek) naar Sluis, de dichtstbijzijnde stad met veel winkels om een zandloper te kopen.

Normaal neem ik alleen ’s morgens een douche, maar om deze tip te vieren maak ik een uitzondering om na deze koude winderige stadszoektocht mijn zandloper in te zetten voor een korte avonddouche.

Ik geniet van het warme water, vergeet de tijd, de zandloper geeft geen alarm. De doucheruimte is intussen zo aangedampt dat ik de zandloper niet meer kan ontwaren. Ik droog me, doe de deur open, zet mijn bril op en zie dat het zand nog niet is doorgelopen. Zandlopers doen het niet altijd in een vochtige ruimte.

Idolen

Ik heb twee idolen.
Eén gaat al 45 jaar mee, de andere 15 jaar. De eerste is dood, de tweede zie ik volgend weekend als hij er effectief is en nog leeft.
Mijn eerste idool zag ik voor de eerste keer in Rotterdam – met iemand die ik te zwaar voor mijn schouders toch het beste zicht gaf – en ik blijf dat moment koesteren. Ik zag hem later in Brussel. Hij blijft mijn absolute artiest.
Mijn tweede idool lees ik. Sinds 2009 denk ik. Dankzij een innemende trainer op een minder innemende managementsessie.

Mijn idolen zijn David en Erik.

Laatste keer Roompot

Ik ben hier twee weken. Mooi weer, goed gelegen bungalow, veel goede dagen, enkele mindere. Soms ligt het aan kleine dingen die me ongelukkig maken, meestal aan een fundamenteel schuldgevoel, een knagen, een onbehagen. Af en toe gaat het goed, als ik lees. En ik heb veel gelezen. Dat is voor mij een goed teken. Damiaanhoeve uitgelezen na twee maanden, en het einde is echt goed geschreven. Erik Vlaminck: enkele uren genot. Louis van Dievel : wat minder maar ook in een dag uit. Nu lees ik verhalen van Arnon Grunberg: blijft toch wel buiten categorie, al lees ik dit als “Nederlander”, terwijl Vlaminck en van Dievel dichter bij de Vlaamse klei (of zandgrond) blijven.

Maar het belangrijkste: deze week is Roompot Beach Resort Nieuwvliet-Bad omgedoopt in Landal. Op 30 september is het gebeurd: vlaggen, borden, autootjes – gisteren nog – niet lekker – gegeten in het restaurant met bediening – niet goed – in Roompot outfit, vandaag zijn zelfs de redders in het zwembad in Landal outfit.

Is het voor een cadeautje?

Lang geslapen vanmorgen. Een nacht van 11 uur slapen geeft me geen schuldig gevoel. Vandaag moet niets.

Het lukt me wonderwel. De stilte doorbreek ik door radio te luisteren. Ik lijk wel een tachtigjarige weduwnaar. Mijn vrouw en jonge kinderen zijn gewoon op weekend en ik kan niet mee. Ik mag mee. Ik kan het niet. Zij denken te weten dat ik geniet van af en toe een weekend voor mij alleen. Genieten is veel gezegd. Recupereren hoop ik te kunnen. Lukt soms even. Maar tegelijk mis ik ze. Dat zeg ik niet, want dan moet ik volgende keer wel mee.

Geen verplichtingen vandaag. Toch voorgenomen om naar de boekhandel te gaan, om een van de Libris Short List boeken te kopen. Niet dus. Standaard Boekhandel: werk aan de boekenwinkel!

Na drie kwartier zoeken naar de toonbank met “Woesten”. Meteen ook een pakje sigaretten gekocht. De medewerker vraagt of hij het zal inpakken. “Neen hoeft niet, ik ga de sigaretten zelf roken”. Mijn eerste gesproken woorden van de dag, en ik vind ze nog grappig ook. Hij ook denk ik.

Het debuut. Fictie, grotendeels toch.

Eén recensie in De Standaard volstond om de debuutroman van MS tot bestseller bij bol.com te katapulteren. “Het plot kent een verrassende wending, de elsschottiaanse stijl en de bijwijlen grimmige sfeer die doet denken aan ‘Lijmen/Het Been’ maken van deze roman een echte pageturner. De dialogen lijken recht uit de pen van een onderzoeksjournalist te komen die de smeuïge praktijken van de lokale politiek aan de kaak stelt. De literaire kwaliteiten zijn onbetwistbaar, vraag blijft of dit boek onder de fictie of de non-fictie gecatalogeerd moet worden.”

Het liet de burgemeester niet los. Hoe kon een debuutroman waarin hij het hoofdpersonage is, op slag op nummer één staan?

Voor het eerst stapte hij de lokale boekenwinkel binnen om het boek te kopen. De uitbaatster zocht op titel en auteur, maar wist alleen droog te melden dat het niet in op voorraad was en ook niet in de catalogus van de winkelketen stond.

(Hij had het pand maar net gerenoveerd en verhuurd aan een keten die zich profileert als boekhandel maar vooral winst haalt uit de verkoop van sigaretten en loterijproducten – kortom een goede huurder. Beter een goede huurder dan een insolvabele idealist.)

Dat de burgemeester een mooi parcours had gelopen bij E34 Mode – voor die de concurrentie moest laten voorgaan met de webshops – was algemeen geweten. Dat hij via diverse obscure vennootschappen het halve winkelpatrimonium van het dorp bezat, was alleen voor insiders en de abonnees van het Belgisch Staatsblad bekend.

Ook zijn hautaine houding tegenover de huurders in volle coronacrisis bleef onder de radar van de pers.

Eén enkele pseudojournalist had het reilen en zeilen van de burgemeester al op een kritische, zij het linkse, website gepubliceerd. Achtenzestig keer gelezen, vier maal gedeeld. Als onafhankelijk online medium overleven in deze polariserende mediamaatschappij is bijna onmogelijk voor nieuwssites zonder advertenties en met weinig lezers.

Begin april 2020 was er een korte conversatie, in volle lockdown.

“Als je mijn huurovereenkomst niet herziet breng ik het naar buiten. Het hele #metoo-verhaal. ”

“Als je denkt dat je indruk op me maakt, weet dat het me koud laat. Alle huurcontracten zijn geregistreerd, zonder bijzondere clausules.”

Dit korte telefoongesprek kwam even in hem op. Hij vond niet dat hij avances had gemaakt, zij was het net die hem had verleid en zo een korting op de huur had bedongen.

Zo snel als deze gedachte in zijn hoofd was opgekomen, verdween die ook.

Nu de roman er was, leek iedereen wel geïnteresseerd in de burgemeester en zijn dorp. Was het echt een roman of eerder een afrekening? In ieder geval stond het boek op nummer één zonder dat er een boekvoorstelling was geweest, zonder één enkele leesclub in de bibliotheken, culturele centra of via live-chat.

In de lokale bibliotheek, die al jaren huisde in een afgeleefd pand, en waar de burgemeester in de jongste gemeenteraad de beslissing had kunnen doordrukken voor een verhuis naar een nieuw – weliswaar duurder pand (uit zijn portefeuille), was het boek wel beleverd, maar niet via het centrale kanaal. Bovendien was het daarna onmiddellijk uitgeleend. Omwille van de privacy kon de bibliothecaris onmogelijk zeggen aan wie.

MS wist dat hij een bijzonder debuut had geschreven. Tientallen uitgeverijen had hij gecontacteerd, althans in zijn hoofd, want tot actie kwam hij niet. In eigen beheer zou hij het uitgeven, zonder bemoeienissen of afwijzingen van redacteurs die beter zijn in lezen dan in schrijven. Een bevriende bourgondische journalist bij de krant had hij kunnen overtuigen om zijn recensie integraal over te nemen en te publiceren in de letterenbijlage op vrijdag.

Geld zou de rest doen.

De auteur schreef nog een kort bericht naar de burgemeester.

“Ik heb je de naar best vermogen opgevoed. Je hebt een rijke carrière gehad en veel geld verdiend. Mijn laatste wens was om een boek te schrijven over jouw leven: leeg. En ik heb tweehonderdzeventachtig lege bladzijden geschreven. Vijfenveertigduizend exemplaren heb ik zelf gekocht.”

Jonge Johan

Mijn eerste herinnering: meester Johan. Toen ik als grapje deed alsof mijn verfbekertje zou omvallen en dit ook gebeurde. Eerste leerjaar. Kapot was ik. Kort erna kreeg ik een toets waar ik zeven op tien had, en mijn papa me voor het nieuws naar bed stuurde. De dag erna bekende de meester dat hij verkeerd gerekend had en ik acht komma vijf had. Nog niet de negens en tienen die ik altijd kreeg, maar toch. Het leed is gebleven, ik ben onterecht te vroeg het bed in gestuurd. Ik zal nooit weten wat er die dag in de wereld is gebeurd.

Meester Johan bleef aan me plakken. Twintig jaar later zag ik hem weer. In Antwerpen, met zijn vriend. Hij zag er goed uit voor een jonge veertiger. Het onderwijs geruild voor tuinonderhoud. Hoe liefde je van job doet veranderen. We hebben twee minuten gepraat en elkaar nooit meer gezien. Meester Johan, Mijnheer D’Haese, geniet van je laatste jaren.

Dat ik mijn jaren in de lagere school een voorbeeldige leerling was blijkt uit mijn rapporten. Ook al bracht mijn mama me tijdens de speeltijd koffiekoeken en kocht ik snoepjes bij Liesje die ik in de klas stiekem op at. Ik herinner me twee berispingen: in het derde leerjaar stopte de meester (Mijnheer Gillis) met voorlezen omdat ik praatte me een vriendje (al was toen al praten mijn sterkste punt niet) en in het zesde omdat ik snoepte in de les – de snoepjes van Liesje. Ik geef toe, ik heb er ook een pakje sigaretten gekocht. Twintig frank, de prijs van een groot brood, en gedeeld met vrienden wier namen ik niet meer ken.

Een groot brood is duur geworden intussen, meer dan 3 euro, en een pakje sigaretten kost nu 10 euro. Inflatie, gezondheidsinflatie.

Lucien De Priester, broeder Bellarminus, speelde een belangrijke rol in mijn jonge en adolescente leven. Hij behoedde onze jongensschool voor zichtbare schouders, te korte broeken, en heeft ertoe bijgedragen we enkel in dromen van onze broeders aanwezig waren. De broeder lichamelijke opvoeding mocht wel toekijken hoe de jongens zich omkleedden, want dat hoorde bij zijn job.

Broeder zijn is geen job meer.

Ik heb nog vaak aan hem gedacht, maar dat hij nog zou leven als ik al veertig- laat staan vijftig-plus was had ik nooit vermoed.

Nochtans heeft hij het zaadje gelegd voor mijn toekomst. En ik ben er rouwig om.

In zogenaamde crisistijd begin de jaren tachtig van de vorige eeuw, komt het thuis ter sprake. Goede student, intelligent, ik dus. Wat wil ik? Psychologie, misschien, of rechten, of criminologie. Neen. Als je al duur wilt zijn, een richting met toekomst. Economie…?

Broeder Lucien De Priester nodigt me uit in de tuin van het klooster annex school. Op een bankje, samen. In juli, op een zomerse dag. Hoofd licht naar links gebogen, gereserveerd. Twee vragen. Of ik een roeping heb, of er voor open sta. Waar ik economie ga studeren: Antwerpen of Leuven. Gent kan niet. Je hebt weinig keuzes in je leven. Telkens een op twee. Ik werd geen broeder. Ik studeerde economie.

In 1985 belde hij me nog: ik had het eerste jaar TEW afgerond met onderscheiding. In 1986 belde hij me niet meer, wegens geen onderscheiding.

Lucien De Priester, broeder Bellarminus, is in 2016 op 93-jarige leeftijd overleden. Ik ontving geen overlijdensbericht.