Zandloper

In De Wereld Vandaag op Radio 1 hoorde ik van motivatiepsycholoog Maarten Van Steenkiste de ultieme tip om vol te houden met korter douchen – een mooi voornemen om minder energie te verbruiken en ook al veelvuldig aanbevolen tijdens de vorige energiecrisistipsperiode. Eens onder de douche stroomt het warme water zo goed dat je het voornemen op dat moment zou kunnen vergeten in het heetst van het genieten. Gedragsverandering vergt soms eenvoudige hulpmiddelen. Dus de tip: zet een zandloper.

Ikzelf had eerder gedacht aan een timer op mijn iPhone, of een playlist die na twee minuten stopt, maar neen, een zandloper dus. Voordeel is dat die geen elektriciteit verbruikt, logische keuze dus.

Zelf zit ik nu in een vakantiehuisje en hangt de prijs niet af van hoe warm ik mijn huisje verwarm of hoe lang ik onder de douche sta.

Het solidariteitsprincipe dat professor Van Steenkiste in datzelfde gesprek aanhaalt indachtig, neem ik nog even de auto (elektrisch, dankzij de financiële stimulans van Open VLD, maar dat is een ander item in hetzelfde gesprek) naar Sluis, de dichtstbijzijnde stad met veel winkels om een zandloper te kopen.

Normaal neem ik alleen ’s morgens een douche, maar om deze tip te vieren maak ik een uitzondering om na deze koude winderige stadszoektocht mijn zandloper in te zetten voor een korte avonddouche.

Ik geniet van het warme water, vergeet de tijd, de zandloper geeft geen alarm. De doucheruimte is intussen zo aangedampt dat ik de zandloper niet meer kan ontwaren. Ik droog me, doe de deur open, zet mijn bril op en zie dat het zand nog niet is doorgelopen. Zandlopers doen het niet altijd in een vochtige ruimte.

Groen autootje

Ik ben weer eens in Nieuwvliet-Bad, mijn halfjaarlijkse retraite. De tijd dat ik tot rust kan komen.

Dat mijn middellange termijngeheugen me niet in de steek liet vandaag vond ik een heel speciale ervaring: ik dacht enkele seconden na over de plaats waar de AH is en ik wist het meteen. Torenweide. Torenweidelaan in Oostburg. Kwartiertje van hier. Voor een stokbrood en beleg voor vanmiddag.

Met mijn winkelkar – ja ook voor een paar spulletjes neem ik een winkelkarretje – laad ik de drie etenswaren in mijn koffer (trunk), en zie een schattige buurautootje.

Ik breng mijn winkelkarretje naar de winkelkarretjesopvang en de auto is niet meer alleen.

Een man, een stijlvolle dertiger, stapt in de auto en rijdt met een zacht brullend geluidje weg. Stiekem maak ik een foto net voor hij wegrijdt, kijk nog na maar kan het merk van het autootje niet lezen. Jaren 50 of 60 stijl.

Waarom moet ik voor een paar spulletjes een winkelkarretje nemen en wegbrengen? Ik had een dertigsecondengesprek met hem kunnen hebben, of minuten, of in het autootje kunnen binnenkijken, of meerijden.

Mijn auto op de foto naast de groene oldtimer ziet er zo groot uit. En ik ben blij dat hij ook mooi blinkt voor op de foto.

Benieuwd vraag ik aan ChatGpt welke auto het is. Een Autobianchi. Grok zegt een Panhard Dina 40 pk (dat is ongeveer een tiende van het vermogen van mijn Tesla – maar dat doet er niet toe). Ik koppel terug naar ChatGpt en nu is het een Trabant. Grok ontkent en bevestigt zijn/haar/hun (Grok weigert gender, alweer terzijde) Panhard. ChatGpt beweert nu dat het een NSU Prinz is. Als ik naar het logo vraag: een Trabant.

Leve AI!

Is er een oldtimerliefhebber die me kan helpen?

Of rij ik deze week elke dag naar de AH in de hoop het autootje terug te zien? Ik neem geen winkelkarretje.

Vandaag reed ik liever naar Knokke om het cartoonfestival te bezoeken.

En toch houdt het me bezig. Dus naar Google Gemini, en die weet het wel, want ik herinner me de letters enigszins die ik zag.

Dit is de auto dus:

Het groene autootje op de foto is een Goggomobil Coupé (type TS).

Het is een bekende “dwergauto” (microcar) uit de jaren 50 en 60, geproduceerd door het Duitse bedrijf Hans Glas GmbH. Op de voorkant van de auto (net boven de grille) kun je in het chroom ook de naam “Goggomobil” zien staan als je goed inzoomt.

Hier zijn een paar leuke details over deze auto:

  • Formaat: Het contrast met de witte Tesla Model 3 laat prachtig zien hoe klein auto’s vroeger waren; de Goggomobil is slechts zo’n 3 meter lang.
  • Motor: De meeste modellen hadden een piepkleine tweecilinder tweetaktmotor van 250cc, 300cc of 400cc.
  • Kenteken: De auto op de foto heeft een Nederlands blauw “oldtimerkenteken”, wat betekent dat hij van vóór 1978 is (gezien het model waarschijnlijk ergens tussen 1957 en 1969).

Idolen

Ik heb twee idolen.
Eén gaat al 45 jaar mee, de andere 15 jaar. De eerste is dood, de tweede zie ik volgend weekend als hij er effectief is en nog leeft.
Mijn eerste idool zag ik voor de eerste keer in Rotterdam – met iemand die ik te zwaar voor mijn schouders toch het beste zicht gaf – en ik blijf dat moment koesteren. Ik zag hem later in Brussel. Hij blijft mijn absolute artiest.
Mijn tweede idool lees ik. Sinds 2009 denk ik. Dankzij een innemende trainer op een minder innemende managementsessie.

Mijn idolen zijn David en Erik.

Is het voor een cadeautje?

Lang geslapen vanmorgen. Een nacht van 11 uur slapen geeft me geen schuldig gevoel. Vandaag moet niets.

Het lukt me wonderwel. De stilte doorbreek ik door radio te luisteren. Ik lijk wel een tachtigjarige weduwnaar. Mijn vrouw en jonge kinderen zijn gewoon op weekend en ik kan niet mee. Ik mag mee. Ik kan het niet. Zij denken te weten dat ik geniet van af en toe een weekend voor mij alleen. Genieten is veel gezegd. Recupereren hoop ik te kunnen. Lukt soms even. Maar tegelijk mis ik ze. Dat zeg ik niet, want dan moet ik volgende keer wel mee.

Geen verplichtingen vandaag. Toch voorgenomen om naar de boekhandel te gaan, om een van de Libris Short List boeken te kopen. Niet dus. Standaard Boekhandel: werk aan de boekenwinkel!

Na drie kwartier zoeken naar de toonbank met “Woesten”. Meteen ook een pakje sigaretten gekocht. De medewerker vraagt of hij het zal inpakken. “Neen hoeft niet, ik ga de sigaretten zelf roken”. Mijn eerste gesproken woorden van de dag, en ik vind ze nog grappig ook. Hij ook denk ik.

Miel, 17 mei 2017

Ik kan niet slapen en ik mis mama. Papa naait het gras. Dat kan ik goed horen, want ik lig in het grote bed. Dat mag ik van mama.

Ik mis mama en papa ziet mij niet. Ik ga mama zoeken. Die is bij de buur voor haar nagels. Ik ben daar al eens geweest. Ik mocht daar spelen.

Ik ben al voorbij de eerste buurman, de tweede, straatje over. Ik bel nergens aan. Het is niet ver.

“Miel!”

Ik hoor mijn papa roepen. Hij zegt dat ik naar huis moet. En ik mis mama. Weglopen mag niet van papa.

 

Crash met RODEBIET

Zo grappig gevaarlijk: een bestelwagen van versgroothandel Claessens heeft een gepersonaliseerde nummerplaat “RODEBIET”. Vorige week voor de tweede keer gespot. Daar moet ik een foto van nemen. Iphone in de hand, dicht genoeg naderen en juiste afstand houden voor goede foto. Rodebiet komt opeens heel close-up in het schermpje. Alle remmen dicht, noodstop, uitwijkmanoeuver – gelukkig geen tegenligger – net geen crash en net geen foto. Rodebiet draait de oprit van de superette op en ik vervolg mijn weg met een hoofd als een rode biet. Blij dat ik geen ongevalaangifte moet doen…