Theaterversie van mijn Dag voor Tinder

De dag voor Tinder

Een tragikomedie in één bedrijf (duur: ca. 60 minuten)

Personages

  • YOLANDE – Een kleuterjuf in de herfst van haar leven. Ze huppelt uiterlijk monter door het onderwijs, maar herstelt innerlijk van een zware burn-out. Nuchter, scherpzinnig, melancholisch en gezegend met een droge humor. Ze draagt sinds kort modieuze kleding en haar haar zit opvallend goed (met dank aan haar zoon).
  • DE SCHRIJVER (DE VRIEND) – De man van een vriendin van Yolande. Een vijftiger, voormalig bankier, nu schrijver. Intelligent, bescheiden, maar bezit een ietwat arrogante humor en is dol op zijn eigen woordspelingen. Ook hij is getekend door een zware burn-out. In de flashbacks draagt hij een short en afgetrapte bootschoenen.

Scène 1: Het Cadeau (De Proloog)

(Een intiem verlicht decor. Centraal staat een tafel met twee stoelen. Yolande zit aan de tafel, gehuld in een warm podiumlicht. De Schrijver staat aan de andere kant en schuift plechtig een handgeschreven tekst naar haar toe. Yolande pakt het blad op, houdt het opvallend ver van haar gezicht en fronst haar wenkbrauwen.)

Yolande: (Fronst) Waarom is dit in zo’n gigantisch lettertype geschreven? Het lijkt wel een kleuterboek.

De Schrijver: (Droog, met een flauwe glimlach) Ik heb de tekstgrootte wat aangepast aan je leeftijd. En aan die van je toekomst. Aan die van je nieuwe man, bedoel ik.

Yolande: Mijn nieuwe man?

De Schrijver: Ja. Die bijziend kan zijn, verziend, jonger dan jou, wellicht ouder dan jou. Als jullie straks samen in bed liggen te lezen, Yolande, dan mag dat comfortabel zijn. Zonder dat er bronglazen aan te pas moeten komen. Dit tekstje… dit tekstje is speciaal voor jou.

Yolande: (Kijkt naar het papier, leest zachtjes voor) “Jouw ogen kijken vol verlangen naar de toekomst. Ze glinsteren, jij straalt.” De Schrijver: (Knikt) En zo is het. Dus leg die twijfel maar af. We gaan eraan beginnen.


Scène 2: Een jaar eerder (Oktober)

(Het licht verandert subtiel; de sfeer wordt iets rauwer, herfstachtiger. We gaan een jaar terug in de tijd. De Schrijver staat nu demonstratief naast de tafel. Hij heeft zijn handen diep in zijn zakken gestoken, zijn buik lichtjes vooruit. Het is oktober, maar hij draagt een korte broek en afgetrapte bootschoenen waarmee duidelijk door het natte gras is gelopen. Yolande bekijkt hem van top tot teen met een mengeling van afschuw en amusement.)

Yolande: (Schudt haar hoofd) Serieus? Kijk naar jezelf. It is oktober. Het waait dat het kraakt, de bladeren vallen van de bomen, en jij staat hier in een short. Een vijftiger in een short. Het scheelt echt drie centimeter of je draagt sandalen met witte kousen.

De Schrijver: (Kijkt onbewogen naar zijn voeten) Wat is er in godsnaam mis met mijn bootschoenen? Dit is klassieke elegantie.

Yolande: Het zijn de minst elegante schoenen op de hele aardbol. Zeker als je aan de moddersporen kunt zien dat je er gisteren het gazon nog mee hebt afgereden.

De Schrijver: (Grinnikt arrogant) Ach, Yolande. Mode is vergankelijk. Op een jaar tijd kan er veel gebeuren. Of helemaal niets.

Yolande: Arrogante humor. Dat is echt jouw handelsmerk, hè? Maar goed… je weet waarom ik juist jóú heb uitgekozen voor dit project? Je leest de boeken die ik graag lees, je bent intelligent, bescheiden, en je houdt van humor. Alhoewel… met dat laatste sla ik de bal waarschijnlijk volledig mis, want jij vindt vooral je eigen woord- en zinspelingen de allerbeste.

De Schrijver: (Glundert) Dat zijn ze ook. Dat is een objectief feit. Maar vertel me nu eens echt: waarom ben ik hier in jouw huis?

Yolande: (Neemt een diepe ademteug) Ik wil verliefd worden. Tinderen, dat is wat ik wil. En ik wil dat jíj een man voor me zoekt. Jij bent de man van mijn vriendin, jij bent een man, jij kent mannen. Help me.

De Schrijver: (Denkt na, bekijkt haar kritisch) Jij huppelt door het onderwijs, Yolande… Maar als ik je zo bekijk: je kleding is de laatste tijd wel… anders. Kleurrijker. Strakker.

Yolande: (Glimlacht trots, strijkt over haar kleding) Dat is het werk van mijn zoon. Die heeft me het afgelopen jaar helemaal getransformeerd. Hij geeft me kledingadvies, hij doet mijn haar, en hij kent blijkbaar álles van zalfjes en crèmes om de late veertiger die zijn mama nu is, gloednieuwe kansen te geven op de markt. Volgens hem begint alles met ‘goed in je kleren zitten’. En goed in je vel. Strak vel.

De Schrijver: (Kijkt haar indringend aan) En zit je ook goed in je hoofd?

Yolande: (Haalt haar schouders averechts op, haar blik verzacht) Goed in mijn hoofd… nee. Daar zit ik nog niet.


Scène 3: Waarom ik Dirk verliet

(De Schrijver gaat tegenover haar aan tafel zitten. Er valt een zwaardere, intieme stilte tussen hen. De plagerige toon ebt langzaam weg.)

De Schrijver: Waarom heb je je man eigenlijk verlaten, Yolande? Twintig jaar huwelijk veeg je niet zomaar weg. Wat antwoord je daarop als een man dat straks tijdens een eerste date vraagt? Wat is het echte verhaal?

Yolande: (Stil, staart naar de tafel) Wat antwoord je dan?… Ik ergerde me aan hem. Ik wilde nog een leven dat ik niet met hem had. Er was simpelweg geen liefde meer. Liefde houdt op waar de dagelijkse ergernis het overneemt. Verder dan dat kom ik meestal niet als mensen het vragen.

De Schrijver: Maar er is meer. Dat voel ik aan je.

Yolande: (Kijkt op) Het stoorde me al twintig jaar dat ik in zíjn huis woonde. Een huis dat nooit het mijne zou worden, hoe vaak ik de meubels ook verzette. En zijn visie op het leven… Geen televisie, geen internet. Dat was zijn waarheid. Maar niet de mijne. Zelfs in het kleuteronderwijs doet de technologie tegenwoordig haar intrede, maar thuis leefden we in een museum. Op den duur kon ik zelfs niet meer genieten van zijn piano. Als hij uren zat te spelen, verstikte het me. Het was te veel muziek. Te veel van hetzelfde. En dan… mijn zonen.

De Schrijver: Wat is er met hen?

Yolande: Ik had al heel lang het gevoel dat er een homo tussen zat. Ik wist niet wie, het was een moedergevoel. Een gevoel dat ik met Dirk absoluut niet kon delen. Gevoelens zijn veel te moeilijke materie voor hem. (Kijkt de Schrijver recht aan) Is dat bij jou ook zo? Zijn gevoelens voor jou ook te moeilijk?

De Schrijver: (Ontwijkt haar blik, schraapt zijn keel, blijft even stil)

Yolande: Misschien is dat wel de échte reden waarom ik hem verliet. Ik vind mijn kinderen belangrijk. Ik wil ze de vrijheid geven die ze thuis nooit kregen: kiezen voor hun eigen identiteit, ver weg van de wetten en de vooringenomen ideeën van hun ouders. En ja… dat we geen seks meer hadden speelde wellicht ook mee. Want hoe kun je in godsnaam nog lijfelijk zijn met iemand die zich nauwelijks verzorgt? Iemand die volledig op zichzelf leeft, je geen ochtendzoen meer geeft, nooit meer vraagt hoe je dag was, en zelf doodongelukkig is maar weigert erover te praten? Dus ja. Ik ben weggegaan. Voor een leven zonder hem. Een leven zonder man. Tijdelijk.


Scène 4: Taboes, Trillingen en Winderigheid

(De Schrijver klapt zijn laptop open om het Tinder-profiel aan te maken. Hij probeert de sfeer weer wat lichter te maken.)

De Schrijver: Oké. We zijn de biografie voor je profiel aan het opstellen. We hebben je kwaliteiten, we hebben je passie voor literatuur… Maar als je een man zoekt die je neemt zoals je bent, moeten we ook praten over je grootste date-angsten. Waar lig je écht wakker van, Yo? Wat is je absolute nachtmerrie?

Yolande: (Kijkt verschrikt om zich heen, leunt over de tafel en fluistert) Beloof me dat je dit aan níémand vertelt. Zéker niet aan je vrouw. Niemand weet dit. Het is mijn diepste, meest beschamende geheim.

De Schrijver: (Kijkt op, gefascineerd) Nu maak je het wel heel spannend. Wat is het? Heb je een geheim crimineel verleden? Ben je stiekem verslaafd aan foute reality-tv?

Yolande: (Neemt een diepe ademteug, doodserieus) Flatulentie.

De Schrijver: (Staart haar een paar seconden volkomen blanco aan) …Wat?

Yolande: Winderigheid, oké?! Lucht! Mijn darmen! Als ik zenuwachtig ben — en geloof me, bij een date ben ik bloednerveus — dan beginnen mijn darmen een volstrekt eigen, oncontroleerbaar leven te leiden. Dat is mijn absolute horror. Stel je voor: een chic restaurant, kaarslicht, hij kijkt me diep in de ogen, de romantiek spat eraf, en plotseling… (Maakt een wanhopig gebaar met haar handen) Ik ben er zo ontzettend beschaamd over. Die mannen op Tinder mogen alles van mijn verleden weten, maar dit… dit is de ultieme date-killer.

De Schrijver: (Can zijn slappe lach nauwelijks inhouden, begint snel te typen op zijn laptop) ‘Gezocht: charmante man met een chronisch verstopte neus en een groot hart voor een briesje.’

Yolande: (Slaat hem hard maar vriendschappelijk op zijn arm) Stop! Het is niet grappig! Het is een serieus medisch-psychologisch dilemma! De vrolijke Yo huppelt door het onderwijs, ja, maar de vrolijke Yo heeft soms ook gewoon last van gassen. Hoe vang je dat in godsnaam op tijdens een romantische date?

De Schrijver: (Grinnikt) Nou, we hebben allemaal onze fysieke ongemakken in de herfst van ons leven, Yo. We overleven het wel. Je bent tenminste niet zo hopeloos dat je vibrerende hulpmiddelen inzet om de leegte op te vullen.

Yolande: (Kijkt hem plotseling defensief en met grote ogen aan) Hoe bedoel je dat?

De Schrijver: Nou, dat… ding. Dat handige apparaatje dat je drie jaar na je breuk met Dirk kocht toen je de affectie zo miste. Hoe noemde je het ook alweer? Dat zitballetje… speelballetje… dat genots-ei. Dat was nu ook niet bepaald je allerbeste investering van de eeuw, hè?

Yolande: (Krijgt een vuurrood hoofd, verbergt haar gezicht) O mijn god. Hoe weet jij dat in godsnaam?

De Schrijver: Je hebt het me zelf opgebiecht toen we die fles wijn leegmaakten! Je zei dat het ding voor geen meter werkte voor jou. En nu zit je ermee omhoog. Op tweedehands.be durf je het niet aan te bieden — ‘Nauwelijks gebruikt genots-ei, wegens gebrek aan passie. Af te halen in Stekene’ — en naar de kringwinkel durf je al helemaal niet te stappen. Wat dacht je dan? Dat ze het tussen de oude broodroosters en de pockets van Baantjer zouden leggen met een prijsetiket erop?

Yolande: (Lacht hysterisch van pure schaamte) Stop, hou op, ik smeek het je! Dat onding ligt ergens helemaal achteraan in mijn nachtkastje onder een dikke laag stof. Ik durf die la niet eens meer open te trekken!

De Schrijver: Zie je wel? Dus wat is er nu eigenlijk erger? Een mislukt genots-ei dat je uit schaamte moet verbergen voor de buitenwereld, of een verdwaalde wind tijdens het hoofdgerecht? Ik bedoel maar: Tinder is één groot mijnenveld van menselijke ongemakken. De mannen die jij gaat ontmoeten, die hebben ook allemaal een handleiding. Die hebben een kunstgebit dat loslaat tijdens de soep, of ze zitten in een zware depressie die ze angstvallig proberen te verbergen. Dan valt een beetje lucht best mee.

Yolande: (Kijkt weer iets optimistischer, haalt diep adem) Denk je dat echt?

De Schrijver: Absoluut. Maar we zetten het voor de zekerheid niet in je biografie. We houden het subtiel. Iets als: ‘Passionele vrouw, houdt van diepe gesprekken, goede boeken, en brengt gegarandeerd een frisse wind in je leven.’

Yolande: (Grijnst) Je bent echt een vreselijk mannetje. Schrijf dat profiel nu maar gewoon op zoals het hoort.


Scène 5: De Scherven van de Bankier (De Burn-out van de Schrijver)

(De sfeer op het podium kantelt abrupt. Het felle, komische licht dimt naar een warmer, dieper schijnsel. De Schrijver stopt met typen. Hij sluit zijn laptop langzaam. Er valt een loodzware stilte. Hij staat op en begint onrustig rond de tafel te ijsberen. Yolande bekijkt hem aandachtig; ze voelt dat de humor plaatsmaakt voor iets rauws.)

Yolande: (Zacht, teder) Je vroeg me daarnet waarom ik Dirk echt verliet. En ik vertelde je over mijn burn-out. Over de vrolijke Yo die ineens onzichtbaar werd, die alleen nog maar in bed lag en er simpelweg niet meer was… Maar hoe zit dat eigenlijk met jou?

De Schrijver: (Stops met ijsberen, kijkt naar zijn trillende handen, steekt ze snel in zijn zakken) Met mij? Hoe bedoel je?

Yolande: Toen ik het destijds via via hoorde, kon ik het nauwelijks geloven. Jij. De succesvolle bankier. De nuchtere, cynische intellectueel. Een burn-out.

De Schrijver: (Lacht schor en kort, zonder enige vrolijkheid) Ja… Een kleuterjuf met een burn-out, dat vond ik destijds ook vreemd toen mijn vrouw het thuis vertelde. Maar een bankier met een burn-out? Dat klinkt blijkbaar een stuk logischer in de oren van de maatschappij. Alsof harde cijfers zwaarder wegen dan dertig kleuters. Niet dus. Het was… het was alsof er van de ene op de andere dag een bom in mijn hoofd ontplofte. En ik ben er nog altijd niet over, Yolande. Het vreet nog elke dag aan me.

Yolande: Wanneer is de dijk definitief doorgebroken?

De Schrijver: (Gaat langzaam weer zitten, staart recht voor zich uit in de verte) Herinner je je die prestigieuze Dale Carnegie leadership opleiding nog? 1.500 euro voor zes avonden. We zouden er onder andere leren jongleren met drie ballen — wat me overigens tot op de dag van vandaag nooit is gelukt. De allerlaatste avond zat ik daar, in een glimmende zaal tussen allemaal hyperambitieuze managers. En plotseling drong het tot me door: op exact dít moment is mijn vrouw thuis haar persoonlijke spullen uit ons huis aan het weghalen. Ze verliet me. Nu. Ik zat daar aan die tafel en de tranen stonden in mijn ogen. Een collega-bankier naast me begreep me volkomen; zijn nieuwe vriendin had net exact hetzelfde gedaan bij haar ex-man. Rond middernacht kwam ik thuis. In een vrij huis. Een bijna leeg huis. Met een vreemd, opgelucht gevoel ging ik slapen. Ik dacht dat ik de hele wereld aankon. Maar de echte, genadeloze klap… die kwam pas de volgende ochtend.

Yolande: Wat gebeurde er die ochtend?

De Schrijver: (Kijkt her met grote, breekbare ogen aan) Er was geen koffiezetapparaat meer. Ze had de koffiezet meegenomen. Het klinkt zo belachelijk absurd, hè? Je vrouw verlaat je na jaren van je leven, en je stort mentaal volledig in omdat de koffiezet weg is. Ik was totaal, maar dan ook totaal ontredderd. Ik heb een sigaret gerookt, me mechanisch gedoucht, geschoren, mijn kleren aangetrokken… en een half uur later zat ik moederziel alleen te ontbijten in het Total-tankstation van Rumst. Eindelijk koffie.

Yolande: In een tankstation langs de snelweg?

De Schrijver: Ja. Ik was verlaten, maar daar… tussen de ronkende vrachtwagens, de ruziënde gezinnen en de gehaaste vertegenwoordigers, was ik tenminste niet alleen. Ik ben daar daarna nog heel vaak geweest. Elke morgen opnieuw. Ik zag er op den duur zelfs een bekende politicus zitten. Ik keek naar hem en vroeg me elke ochtend af: is die man nu net zo intens ongelukkig als ik, of heeft hij het gewoon druk? (Zucht diep) Uiteindelijk heb ik maar een Nespresso-apparaat gekocht. Geluk moest weer vroeg in de morgen starten, thuis. Enkele weken later ontmoette ik de buurvrouw. Er was een probleem met de elektriciteitsmeter van nummer 15 en 15A. Glaasje champagne, kennismaken… en boem. Vonken. Elektriciteit. De illusie dat alles weer over was.

Yolande: Maar de scherven waren er nog.

De Schrijver: De scherven waren alleen maar verplaatst. Die burn-out heeft me gekraakt, Yo. De angsten, de nare dromen, de fysieke klachten die zonder waarschuwing de kop opsteken… Schrijven leek even te helpen, en tegelijkertijd ook helemaal niet. Weet je wat het allerergste is? Ik ben vooral mijn trots verloren. Ik hou zielsveel van mijn gezin. Mijn gezin houdt van mij. Maar ik geniet niet meer. Ik ween bijna nooit, maar lachen doe ik nog minder. Er ligt een grijze sluier over mijn hele bestaan. En net ík… net de man die zelf de weg volledig kwijt is in zijn eigen hoofd, gaat nu de uitdaging aan om voor jóú de man te zoeken die je neemt zoals je bent. (Kijkt haar recht aan, met een breekbare glimlach)De man die je in zijn armen en benen sluit. Dat is toch de ultieme, kosmische ironie?

Yolande: (Kijkt hem heel lang en intens aan, legt teder haar hand op de zijne) Misschien niet. Misschien is een beschadigde gids wel precies wat ik nodig heb. Omdat jij tenminste weet hoe de diepte eruitziet. Jij hoeft tenminste niet te doen alsof.


Scène 6: De Verhuizing en de Boekenbeurs

(Het licht op het podium suggereert de overgang naar een nieuwe dag. Er staan nu een aantal onuitgepakte verhuisdozen rond de tafel. Yolande is druk bezig met zware stapels boeken in een doos te sorteren. De Schrijver zit comfortabel op een omgekeerde verhuisdoos toe te kijken, met zijn handen in zijn zakken.)

Yolande: (Sjouwt met een zware stapel boeken) Je weet dat ‘helpen’ een werkwoord is, toch? Het vereist dat je daadwerkelijk spieren gebruikt en fysieke arbeid verricht.

De Schrijver: (Nuchter) Ik help mentaal, Yo. Ik categoriseer de dozen in mijn hoofd. Dat is minstens even vermoeiend, geloof me. Trouwens, herinner je je mijn oorspronkelijke voorstel nog? Het was een glasheldere deal.

Yolande: (Zet de stapel met een klap neer, veegt het zweet van haar voorhoofd) Jouw deal, ja! Je zei een paar weken geleden: “Ik kom je een half dagje helpen verhuizen, en dan kunnen we samen een halve dag naar de Boekenbeurs.” Ik vond dat een ontzettend leuk voorstel. Eindelijk samen naar de Boekenbeurs, na twee of drie jaar beloven. Ik keek er echt naar uit.

De Schrijver: En wat zei ik direct daarna, als kleine lettertjes in het contract?

Yolande: Direct daarna zei je: “Het was maar een ideetje, een vrijblijvend voorstel… Ik denk eigenlijk niet dat ik kom helpen.” En kijk nu. Daar zit je dan. Op een omgekeerde doos. Te kijken hoe een late veertiger haar hele hebben en houden naar een klein huisje sleept naast een brandweerkazerne en vlak bij de Colruyt.

De Schrijver: (Glimlacht) Maar ik bén er toch? Ik ben fysiek aanwezig in de ruimte. Dat ik de dozen niet zélf optil, is een detail. Wat ben je daar eigenlijk aan het sorteren?

Yolande: (Pakt een specifiek dun, beduimeld boekje vast, haar blik verzacht plotseling) Dit… Dit is Wattman van Erik Vlaminck. Herinner je je ons literair weekend nog? Waar we hem samen de eerste bladzijden hoorden voorlezen?

De Schrijver: (Knikt, zijn stem wordt merkbaar zachter) Ja. Dat herinner ik me heel goed. Je vriendin — mijn vrouw — was er die middag niet bij. Wij zaten daar samen in dat zaaltje.

Yolande: Jij kocht het boekje die dag. En direct daarna leende je het me uit. Wetende dat het het enige boek van Vlaminck is dat ik nog niét in mijn boekenkast had staan. Ik heb het nog altijd. Ik heb er al die jaren stiekem spijt van gehad dat ik het toen zelf niet gekocht heb, en toch koop ik het nu niet meer — als het al ergens te koop zou zijn. Een onderschatte auteur krijgt immers zelden een tweede druk. Dus eigenlijk… is dit boek al jaren van jou. Maar het staat al die tijd in míjn kast.

De Schrijver: (Kijkt haar lang en indringend aan) Laat het daar maar rustig staan, Yo. Sommige boeken staan het allerbest op de plek waar ze het meest gelezen en gekoesterd worden. (Er valt een korte, geladen stilte tussen hen. De Schrijver verbreekt de spanning bewust door op te staan en naar de laptop te lopen) Maar goed! Geen tijd voor literaire melancholie. Je profiel staat inmiddels live. De eerste vissen hebben gebeten. Ben je klaar voor de harde realiteit van de Tinder-markt?


Scène 7: De Parade van de Mislukte Dates

(Een dynamische scène. De Schrijver blijft aan de zijkant van het podium zitten als een soort ‘regisseur’ of ‘verteller’ in de coulissen, terwijl Yolande naar de voorkant van het podium loopt. Het licht verandert snel en theatraal per date. De Schrijver leest de profielen voor, en de dates worden ‘gespeeld’ door Yolande die reageert op denkbeeldige mannen aan de tafel, of de Schrijver neemt de stemmen van de mannen aan.)

De Schrijver: (Leest voor van zijn scherm) Kandidaat nummer één. Een intellectueel type uit het Gentse. Ringbaardje. Grote natuurliefhebber. Gekleed in een afritsbroek die permanent naar dennennaalden en herfstbos ruikt.

Yolande: (Zit aan de tafel, kijkt met een bevroren, uitgeputte glimlach voor zich uit) Het was… een verschrikkelijk lange wandeling. Drie uur lang door een zompig, koud moeras in de gietende regen. Mijn haar — dat door mijn zoon zo mooi was gedaan — zat als een natte dweil tegen mijn hoofd. En toen we eindelijk terug bij de auto waren, leunde hij traag over me heen. Ik hield mijn adem in en dacht: nu komt het, de passionele zoen. En weet je wat hij zei? Met zo’n hese, diepe ringbaardjes-stem: “I wilt het liefst van al jóúw natuur ontdekken, Yolande. Zachtjes… laagje voor laagje.”

De Schrijver: (Komisch) En wat deed de passionele kleuterjuf op dat moment?

Yolande: Ik ben nog nooit zo snel in mijn eentje naar huis gereden. Zonder laagjes te ontdekken.

De Schrijver: (Bladert grijnzend verder op zijn scherm) Oké, jammer. Volgende vis in de vijver. De gescheiden man. Zegt in zijn biografie dat hij ‘volledig klaar is voor een gloednieuw hoofdstuk in de liefde’.

Yolande: (Zucht diep, steunt haar hoofd vermoeid op haar hand) Die man heeft drie uur lang heel geïnteresseerd naar me gekeken. Tenminste, dat dacht ik de eerste twee uur. Hij knikte braaf bij elk verhaal over mijn kleuters. Tot ik er plotseling achter kwam dat hij helemaal niet naar míj keek, maar naar de grote spiegel op de muur achter mij, waarin hij zijn eigen gekwetste en verbitterde gezicht bestudeerde. Na het derde glas wijn barstte hij in tranen uit en biechtte op dat zijn ex-vrouw eigenlijk nog altijd de enige echte grote liefde van zijn leven was, maar dat ze hem had verlaten omdat hij ‘emotioneel onbereikbaar’ was. (Kijkt met een trieste blik naar de Schrijver) Het was vreselijk. Alsof ik weer met Dirk aan tafel zat. Een man die urenlang plichtsgetrouw luistert en in stilte intens hoopt dat de uren snel voorbijgaan.

De Schrijver: En kandidaat nummer drie? De hyperverzorgde heer met de sportieve wagen? De man van de Porsche?

Yolande: (Schudt haar hoofd) Een mooie auto hoeft hij absoluut nooit meer te hebben. Sinds die man heb ik het er helemaal mee gehad. Ostentatief rondtoeren en parkeren met zo’n glimmend statussymbool… Ik stapte in die smetteloze lederen bekleding, raakte in paniek voor het vuil, en deed mijn schoenen uit. Die man keek me aan, keek heel traag naar mijn sokken, zei geen woord en zette de muziek loeihard. En in het restaurant vond hij mijn keuze maar niets. Toen ik voorstelde om dan maar bij mij thuis iets te eten, weigerde meneer. Hij reed liever naar een chic restaurant waar ze hem kenden. Want dat is belangrijk in zijn leven: gezien worden. En toen we daar zaten, keek hij me ineens aan en begon kritiek te geven op mijn tanden! Mijn schoenen heb ik op de terugweg maar heel stevig aangehouden.

De Schrijver: (Lacht) En hoe zat het met die laatste? De man van de ‘romantische ontvoering’?

Yolande: (Begint te lachen) Oh, die! Die overviel me zowat aan de schoolpoort midden op de middag, net toen mijn kleuters naar huis waren. Hij had een gigantische bos rozen bij zich en zei theatraal dat hij ‘geen seconde langer zonder mij kon zijn die dag’. Hij nam me mee naar het meest luxe terras van de stad. Het was fantastisch… Tot hij begon te praten. Elk verhaal begon met “Ik”. En toen de ober de rekening bracht, bleek meneer plotseling zijn portefeuille in zijn andere designjas te hebben laten liggen. Of ik de honderdvijftig euro even kon voorschieten?

De Schrijver: (Klapt zijn laptop met een harde klap dicht, lacht luid) Ik had je zo gewaarschuwd, Yo! De markt is meedogenloos. Ze overschatten zichzelf schromelijk, ze verbergen hun depressies achter een veel te luide lach, of ze willen gewoon heel snel bij jou thuis op de bank belanden om te kijken wat er te halen valt.

Yolande: (Loopt langzaam terug naar de tafel, gaat vermoeid zitten) Het is zo vermoeiend. Al die mannen in hun nette pakken of hun hippe outdoor-kleding. Ze zoeken allemaal krampachtig iets, maar niemand kijkt echt naar wie ik ben. Niemand vraagt hoe het echt in mijn hoofd is. (Kijkt hem lang en teder aan) Behalve jij. Jij bent de enige die vraagt naar de scherven.


Scène 8: Wat is Passie? (De Finale)

(De sfeer herstelt zich tot een diepe, breekbare intimiteit. Yolande staat langzaam op. Ze loopt naar het denkbeeldige raam en kijkt naar buiten naar de vallende bladeren van oktober. Haar stem verandert, wordt dromerig, bijna vurig.)

Yolande: Vuur… Ja. Dat is het woord waar ik naar zoek. Er is één ding dat er absoluut in moet vallen, Schrijver. Ik ben een passionele vrouw. Ik heb een passie voor goede boeken. Mijn ex-man Dirk had een passie voor muziek en voor wiskunde. Vooral voor zijn piano. En in het begin van ons huwelijk heb ik echt genoten van zijn passie. Echt waar. Tot het me begon te ergeren. Te veel muziek. Te veel van hetzelfde. Er kwam een verstikkende stilte voor in de plaats. Als je man een passionele visser is, doet hij dat tenminste ergens anders, ver weg aan een waterkant. Dan kun jij rustig in de stilte van je eigen huis een boek lezen. Nu kan ik dat. Ik zit in mijn eentje in mijn nieuwe huisje, in de stilte, een boek te lezen… En nu is het simpelweg té stil. Ik ben toe aan een passionele relatie. Mijn nieuwe man moet vol vuur zitten. Hij moet mijn hartstocht opwekken.

De Schrijver: (Kijkt haar peinzend aan, zijn vingers rusten stil op het toetsenbord van zijn laptop) Passie. Dat is een verdomd gevaarlijk woord op een datingsite, Yo. Welk soort passie zoek je dan in je toekomstige man? Hangt het af van waar híj naar verlangt? Of verlang jij naar een specifiek soort man, die je zo kant-en-klaar uit een vakje kunt rapen? Of zoek je een uniek exemplaar, waar de passie latent aanwezig is en pas oplaait na een lange tijd van aftasten, praten, wachten en intens verlangen? En dan toch: de passionele woensdagmiddagzoen, de passionele nacht, het ontwaken en weten dat het niet het enige passionele moment zal zijn…

Yolande: (Kijkt hem aan, haar stem trilt licht) Is dat te veel gevraagd van het leven?

De Schrijver: Soms denk ik dat je passie veel te veel idealiseert, Yolande. Wellicht omdat je… nou ja, omdat je niet zo jong meer bent. Jouw droom gaat veel verder dan de passionele autoliefhebber, de jager, de visser, de muzikant of de schrijver. Je wilt een ‘passionele nieuwe man’ als concept. Als je mij zou vragen wat passie voor me betekent, of wat het ooit in mijn leven betekend heeft… dan zou ik alleen kunnen denken aan bevlogen verliefdheid. Hier. En nu. Naar boven, of gewoon helemaal niet. Nu. Nu is passie.

Yolande: (Komt langzaam stap voor stap dichterbij de tafel) Nu?

De Schrijver: Passie is kort, Yo. Je kunt niet aan passie bouwen alsof het een huis is. Je kunt passie niet zachtjes laten evolueren met de jaren. Je kunt passie niet verstandig uitstellen voor later… want als je passie uitstelt, dan is de passie onherroepelijk weg. Tenminste, de passie in de betekenis waar ik nu aan denk.

Yolande: (Staat nu vlak bij de tafel, kijkt hem recht en diep in de ogen) Dromen over passie kan natuurlijk wel. Opbouwen naar. Ik denk dat ik nu simpelweg in die fase van mijn leven ben beland. Het pure verlangen naar het vuur.

De Schrijver: (Kijkt haar heel lang en intens aan. De spanning tussen de twee vrienden is plotseling tastbaar en om te snijden op het podium. Er hangt een grote, onuitgesproken vraag in de lucht. De Schrijver verbreekt het geladen moment uiteindelijk met een zachte, nuchtere glimlach en klopt zachtjes op de zijkant van zijn laptop.) Maar eens de passie er is, is er geen uitstel meer. Denk ik. (Schraapt zijn keel) Dus… zullen we nu dan maar eindelijk dat Tinderprofiel van je definitief aanmaken en activeren?

Yolande: (Slikt de spanning weg, herpakt zich knikkend, en krijgt dan een grote, stralende glimlach) Ja. Laten we het doen. Jouw verhaal vanaf nu.

De Schrijver: (Typt resoluut op het scherm, kijkt naar de interface en leest hardop voor terwijl het licht op het podium langzaam begint te dimmen) Profiel geactiveerd. En nu… wachten. Datum… Date. Datum… Date.

(Het licht dimt steeds verder naar een intieme sfeer. De contouren van de twee personages worden vaag. Op het grote achterdoek verschijnt in oplichtende letters de tekst: ‘Datum… Date…’. Volledige, sfeervolle black-out.)

EINDE

Heen-en-weer-schriftje

Nu het rapport na de proefwerken van het tweede trimester van mijn zoon van 13 binnen is, pleit ik voor het herinvoeren van het heen-en-weer-schriftje zoals ik dat kende van de kinderopvang. “Hij was vandaag een beetje stout en heeft andere kindjes gebeten”, en daarop konden wij reageren.

In de eerste graad van de middelbare school vervallen de vakleerkrachten en vooral de klasleerkracht tot eenrichtingscommunicatie. Ouders worden daarna uitgenodigd op een oudercontact waar de opmerkingen nog eens luidop worden voorgelezen. En dan wordt verwacht dat we daar iets mee zullen doen.

De kwaliteit van het onderwijs gaat omlaag, dat valt niet te ontkennen. Anderzijds evolueert de samenleving ook. En het onderwijs is marginaal geëvolueerd de afgelopen 45 jaar, toen ik als primus in de middelbare school zat. Ik denk dan vooral aan de “hoofdvakken” – waarvan ik de term in twijfel trek in de huidige maatschappij – waar wiskunde nauwelijks veranderd is en Frans (met alle respect voor ons tweetalig land) nog steeds een woordenschat laat instuderen die dezelfde is als in het vorige decennium: leer het woord ‘mocassin’ maar eens in 2026 als Skechers het heeft over slip-ins.

De vakleerkracht moet natuurlijk het leerplan volgen en helpen de uitgevers van de invulboeken winstgevend te houden. Tegelijk hoop ik dat deze leerkracht ook even stilstaat bij de zinloosheid van sommige van de oefeningen en vaardigheden. Nog steeds kan een jongere na vijf jaar “hoofdvak” Frans geen conversatie volgen, laat staan voeren.

Het rapport meldt dat onze zoon de les stoort en daardoor niet aandachtig is en bijgevolg het woord mocassin niet juist heeft op het proefwerk!

Is het geen tijd voor een heen-en-weer-schriftje? Of liever nog: een 360 graden-gesprek, waar we eerlijk kunnen zijn tegen elkaar?

“Je vous prie d’agréer, Madame, Monsieur, l’expression de mes salutations distinguées”

Is dit waar u blijft hangen?

Staking postbodes

Ik begrijp de postbodes wel. Door de reorganisatie die men wil doorvoeren veranderen de uurroosters. De postbode zou dan wat later beginnen werken en kan dus wat langer slapen. Klinkt goed.

Wie voor het beroep van postbode gekozen heeft, heeft vaak gekozen voor de vroege uurroosters. Enkele jaren geleden was dat trouwens nog een van de argumenten die het postbedrijf in zijn flyers in de verf zette.

De postbode heeft in de vroege middag gedaan met werken en kan dus daarna sporten (er zijn renners die begonnen zijn als postbode), een dutje doen, in de tuin werken, vrijwilligerswerk doen (naschoolse opvang, busbegeleiding voor kinderen), zorg in het gezin opnemen, of bijklussen.

Zelf ben ik in contact geweest met een postbode die in de namiddag na zijn ronde zijn tweede ronde begon als ijsjesverkoper. In contact gekomen is in de context wel letterlijk te nemen. Het was een hard contact die zaterdagmiddag in mei 2019 toen de ijscokar links indraaide en mij als tegenligger op mijn motor niet zag aankomen. Ik ben met lichte verwondingen afgevoerd naar het ziekenhuis en kon na tien weken het werk hervatten.

Op de postbode zijn ijsjesronde nog hervat heeft weet ik niet.

Reclameterrorisme

Dat privébedrijven zoals Immoscoop me terroriseren met deuntjes die me het slapen niet gunnen – oorwurmen zouden werken volgens de reclamemakers – ergert me.

Dat de vrt nu net hetzelfde doet vind ik nog erger. “Kom van dat gat af”! Wie bedenkt zoiets? De 60-plussers die het liedje van Peter Koelewijn moesten aanhoren als klein kind bij zattenonkelsfamiliefeesten, de ouderen van dagen die het liedje van 1960 meezingen in het woonzorgcentrum zijn niet de doelgroep van de campagne (denk ik). Hip? Hop weg ermee. Op naar 2 april en laat je gaan, lach, schater, zing en help wie van zijn stoel valt, wie van gat geeft, was je voeten: het is Witte Donderdag, de dag voor Goede Vrijdag. Laat het ophouden daarna.

Zandloper

In De Wereld Vandaag op Radio 1 hoorde ik van motivatiepsycholoog Maarten Van Steenkiste de ultieme tip om vol te houden met korter douchen – een mooi voornemen om minder energie te verbruiken en ook al veelvuldig aanbevolen tijdens de vorige energiecrisistipsperiode. Eens onder de douche stroomt het warme water zo goed dat je het voornemen op dat moment zou kunnen vergeten in het heetst van het genieten. Gedragsverandering vergt soms eenvoudige hulpmiddelen. Dus de tip: zet een zandloper.

Ikzelf had eerder gedacht aan een timer op mijn iPhone, of een playlist die na twee minuten stopt, maar neen, een zandloper dus. Voordeel is dat die geen elektriciteit verbruikt, logische keuze dus.

Zelf zit ik nu in een vakantiehuisje en hangt de prijs niet af van hoe warm ik mijn huisje verwarm of hoe lang ik onder de douche sta.

Het solidariteitsprincipe dat professor Van Steenkiste in datzelfde gesprek aanhaalt indachtig, neem ik nog even de auto (elektrisch, dankzij de financiële stimulans van Open VLD, maar dat is een ander item in hetzelfde gesprek) naar Sluis, de dichtstbijzijnde stad met veel winkels om een zandloper te kopen.

Normaal neem ik alleen ’s morgens een douche, maar om deze tip te vieren maak ik een uitzondering om na deze koude winderige stadszoektocht mijn zandloper in te zetten voor een korte avonddouche.

Ik geniet van het warme water, vergeet de tijd, de zandloper geeft geen alarm. De doucheruimte is intussen zo aangedampt dat ik de zandloper niet meer kan ontwaren. Ik droog me, doe de deur open, zet mijn bril op en zie dat het zand nog niet is doorgelopen. Zandlopers doen het niet altijd in een vochtige ruimte.

Groen autootje alweer

De wind vanaf de Zeeuwse kust streek zacht langs de parkeerplaats van de Albert Heijn Oostburg toen ik mijn kofferbak dichtklapte. Een stokbrood, wat beleg—meer had ik niet nodig. Toch had ik weer een winkelkarretje gepakt.

“Waarom doe ik dat eigenlijk?” mompelde ik tegen mezelf.

Toen zag ik het.

Een klein, groen autootje. Alsof het zo uit de jaren vijftig was weggereden en hier per ongeluk was blijven staan. Het lakwerk glansde zacht in het middaglicht, rondingen alsof iemand ze met de hand had getekend. Het stond daar… een beetje eigenwijs.

Ik bleef staan, mijn hand nog half op de kofferbak.

“Wat ben jij dan?” fluisterde ik.

Ik keek om me heen. Niemand in de buurt. Even overwoog ik dichterbij te lopen, een blik naar binnen te werpen. Misschien zelfs het logo lezen.

Maar achter me piepte het winkelkarretje.

Ik zuchtte. “Eerst dit ding wegbrengen.”

Toen ik terugliep van de karretjesopvang, voelde het al anders. Alsof ik iets gemist had nog vóór het gebeurd was.

De auto was niet meer alleen.

Een man stond ernaast. Begin dertig, nette jas, ontspannen houding. Hij keek niet op toen ik dichterbij kwam. Hij stapte in, alsof hij precies wist dat hij bekeken werd—en het hem niets kon schelen.

Ik aarzelde.

“Mooi autootje,” zei ik uiteindelijk, iets te zacht.

Hij keek op, glimlachte vluchtig. “Dank je.”

Zijn hand draaide de sleutel. De motor kwam tot leven met een zacht, bijna beschaafd gebrom.

“Wat is het voor een—” begon ik.

Te laat.

Hij reed al weg.

“Wacht—!” riep ik nog, maar het geluid van de motor slikte mijn stem in.

In een reflex pakte ik mijn telefoon en maakte een foto, net voordat hij de parkeerplaats af draaide. Het groene autootje werd kleiner, verdween de hoek om.

Stilte.

Ik keek naar het scherm. Mijn eigen auto—groot, modern—stond ernaast als een log gevaarte. En daar, bijna bescheiden, dat groene ding.

“Fantastisch,” mompelde ik. “Gemist.”


Die avond zat ik op de bank in mijn huisje in Nieuwvliet-Bad, telefoon in mijn hand.

“Oké,” zei ik hardop. “Wat ben jij?”

Ik uploadde de foto.

“Dit lijkt op een Autobianchi,” verscheen er.

“Hmm…” Ik kneep mijn ogen samen. “Weet je dat zeker?”

Ik probeerde een andere AI.

“Panhard Dyna, ongeveer 40 pk.”

“Veertig pk?” lachte ik. “Dat is niks.”

Nog een poging.

“Dit is waarschijnlijk een Trabant.”

Ik leunde achterover. “Nou, dat helpt.”

Weer een reactie:

“NSU Prinz.”

Ik staarde naar het scherm.

“Jullie verzinnen het gewoon,” zei ik droog. “Allemaal.”

Het bleef stil in het huisje, alleen het zachte ruisen van de wind buiten.

Mijn blik gleed terug naar de foto.

Dat autootje.

Die man.

Dat moment.

Ik stond op en liep naar het raam. In de verte lag de weg naar Oostburg, donker en leeg.

“Dertig seconden,” zei ik zacht. “Meer had het niet hoeven zijn.”

Ik pakte mijn sleutels van tafel.

“Oké,” zei ik tegen mezelf. “Nog één keer.”


De volgende ochtend stond ik weer op de parkeerplaats van de Albert Heijn Oostburg.

Zonder winkelkarretje dit keer.

Ik leunde tegen mijn auto en keek rond.

Niets.

Tien minuten gingen voorbij.

Vijftien.

Net toen ik wilde instappen, hoorde ik het.

Een zacht, herkenbaar gebrom.

Mijn hart sloeg een slag over.

Langzaam draaide ik me om.

Vanachter de hoek rolde het groene autootje de parkeerplaats op.

Het stopte. De motor bleef draaien.

De man keek recht naar mij, alsof hij me herkende.

Het raampje ging naar beneden.

“Je had gisteren een vraag,” zei hij.

Ik liep naar hem toe, mijn hart sneller dan nodig.

“Ja,” zei ik. “Wat voor auto is dit?”

Hij glimlachte, een tikje geheimzinnig.

“Stap in,” zei hij. “Dan vertel ik het onderweg.”

Ik bleef even staan.

De motor bromde zacht, geduldig.

De lege passagiersstoel keek me aan.

Geen winkelkarretje. Geen afleiding.

Alleen een keuze.

“Nou?” zei hij.

Ik opende de deur.

Brommetje en de Grote Witte Reus

Er was eens een heel klein, groen autootje dat Brommetje heette. Brommetje was een Goggomobil. Hij was zo klein dat hij bijna onder een keukentafel paste, en hij had ronde koplampen die eruitzagen als grote, verbaasde ogen. Brommetje was al heel oud, wel zeventig jaar, maar zijn lak blonk nog net zo groen als een vers blaadje in de lente.

Op een zonnige dag in het dorpje Oostburg stond Brommetje te wachten op de parkeerplaats van de supermarkt. Naast hem kwam een enorme, glimmende witte auto staan. Het was een Tesla, een soort ruimteschip op wielen.

“Zo hé,” fluisterde Brommetje tegen zijn eigen zijspiegel. “Wat is die groot! Ik pas wel drie keer in zijn kofferbak!”

De zoektocht van de chauffeur

In de witte auto zat een meneer die een beetje vergeetachtig was. Hij moest een stokbroodje kopen, maar hij nam een veel te grote winkelwagen mee. Terwijl de meneer binnen was, praatten de auto’s met elkaar.

“Hé Kleintje,” zoemde de witte Tesla zachtjes. “Waarom ben jij zo groen?” “Omdat ik een bosgeestje op wielen ben,” grapte Brommetje. “En waarom ben jij zo stil?” “Ik rijd op elektriciteit en computers,” zei de Tesla trots. “Ik heb wel 400 paardenkrachten!” Brommetje lachte. “Ik heb maar twintig kleine pony-krachten, maar ik maak wel een veel leuker geluid!”

Het raadsel

Toen de meneer met zijn stokbroodje naar buiten kwam, zag hij Brommetje staan. “Wauw,” dacht de meneer. “Wat een prachtig autootje. Is het een Autobianchi? Of een Trabant?” Hij wist het niet meer! Hij maakte snel een foto met zijn telefoon.

Net op dat moment stapte er een vrolijke meneer in Brommetje. Hij draaide de sleutel om en Brommetje begon te zingen: Reng-teng-teng-teng! Met een wolkje blauwe rook en een dapper geluid reed het groene autootje weg, over de weg naar Nieuwvliet-Bad.

De Slimme Computer

De meneer in de witte Tesla bleef maar puzzelen. Hij vroeg het aan drie verschillende computers.

  • De eerste computer zei: “Het is een Franse auto!”
  • De tweede computer zei: “Het is een Duitse Trabant!”
  • Maar de derde computer, die heel goed kon kijken, riep: “Welnee! Het is een Goggomobil Coupé!”

De meneer glimlachte. Hij wist nu eindelijk de naam van zijn kleine groene vriend. De volgende keer dat hij naar de winkel ging, liet hij zijn grote winkelwagentje staan. Want wie weet… als hij sneller bij zijn auto was, mocht hij misschien wel een keertje meerijden met Brommetje.

Want groot of klein, op de weg zijn we allemaal vrienden.

Groen autootje

Ik ben weer eens in Nieuwvliet-Bad, mijn halfjaarlijkse retraite. De tijd dat ik tot rust kan komen.

Dat mijn middellange termijngeheugen me niet in de steek liet vandaag vond ik een heel speciale ervaring: ik dacht enkele seconden na over de plaats waar de AH is en ik wist het meteen. Torenweide. Torenweidelaan in Oostburg. Kwartiertje van hier. Voor een stokbrood en beleg voor vanmiddag.

Met mijn winkelkar – ja ook voor een paar spulletjes neem ik een winkelkarretje – laad ik de drie etenswaren in mijn koffer (trunk), en zie een schattige buurautootje.

Ik breng mijn winkelkarretje naar de winkelkarretjesopvang en de auto is niet meer alleen.

Een man, een stijlvolle dertiger, stapt in de auto en rijdt met een zacht brullend geluidje weg. Stiekem maak ik een foto net voor hij wegrijdt, kijk nog na maar kan het merk van het autootje niet lezen. Jaren 50 of 60 stijl.

Waarom moet ik voor een paar spulletjes een winkelkarretje nemen en wegbrengen? Ik had een dertigsecondengesprek met hem kunnen hebben, of minuten, of in het autootje kunnen binnenkijken, of meerijden.

Mijn auto op de foto naast de groene oldtimer ziet er zo groot uit. En ik ben blij dat hij ook mooi blinkt voor op de foto.

Benieuwd vraag ik aan ChatGpt welke auto het is. Een Autobianchi. Grok zegt een Panhard Dina 40 pk (dat is ongeveer een tiende van het vermogen van mijn Tesla – maar dat doet er niet toe). Ik koppel terug naar ChatGpt en nu is het een Trabant. Grok ontkent en bevestigt zijn/haar/hun (Grok weigert gender, alweer terzijde) Panhard. ChatGpt beweert nu dat het een NSU Prinz is. Als ik naar het logo vraag: een Trabant.

Leve AI!

Is er een oldtimerliefhebber die me kan helpen?

Of rij ik deze week elke dag naar de AH in de hoop het autootje terug te zien? Ik neem geen winkelkarretje.

Vandaag reed ik liever naar Knokke om het cartoonfestival te bezoeken.

En toch houdt het me bezig. Dus naar Google Gemini, en die weet het wel, want ik herinner me de letters enigszins die ik zag.

Dit is de auto dus:

Het groene autootje op de foto is een Goggomobil Coupé (type TS).

Het is een bekende “dwergauto” (microcar) uit de jaren 50 en 60, geproduceerd door het Duitse bedrijf Hans Glas GmbH. Op de voorkant van de auto (net boven de grille) kun je in het chroom ook de naam “Goggomobil” zien staan als je goed inzoomt.

Hier zijn een paar leuke details over deze auto:

  • Formaat: Het contrast met de witte Tesla Model 3 laat prachtig zien hoe klein auto’s vroeger waren; de Goggomobil is slechts zo’n 3 meter lang.
  • Motor: De meeste modellen hadden een piepkleine tweecilinder tweetaktmotor van 250cc, 300cc of 400cc.
  • Kenteken: De auto op de foto heeft een Nederlands blauw “oldtimerkenteken”, wat betekent dat hij van vóór 1978 is (gezien het model waarschijnlijk ergens tussen 1957 en 1969).

Idolen

Ik heb twee idolen.
Eén gaat al 45 jaar mee, de andere 15 jaar. De eerste is dood, de tweede zie ik volgend weekend als hij er effectief is en nog leeft.
Mijn eerste idool zag ik voor de eerste keer in Rotterdam – met iemand die ik te zwaar voor mijn schouders toch het beste zicht gaf – en ik blijf dat moment koesteren. Ik zag hem later in Brussel. Hij blijft mijn absolute artiest.
Mijn tweede idool lees ik. Sinds 2009 denk ik. Dankzij een innemende trainer op een minder innemende managementsessie.

Mijn idolen zijn David en Erik.

Acht jaar, halfweg

4 september 2017, eerste werkdag bij de beursvennootschap.

Lowprofile gestart. Met uitzicht op meer. Eventueel vennoot.

Vroeger dan verwacht een tankkaart. Dank hiervoor.

Na de overgang naar Leleux was het perspectief weg. Ik zou bediende blijven.

Het nieuwe paritair comité in voege: geen extra vakantiedag bij anciënniteit. Niet erg.

Na onrustwekkende verdwijning van Lola en miscommunicatie val ik uit.

Ik durf mijn tankkaart niet meer te gebruiken. Ik kom weer werken, parttime en kom aan met mijn elektrische auto.

Een grote investering voor iemand met een bescheiden budget. Gelukkig is er de Vlaamse premie.

Laden is echter niet gratis. De tankkaart gewoon vervangen door een laadkaart lijkt logisch maar komt er niet.

Enkele hints helpen niet: opleidingen in Brussel – waarvoor Leleux 1.000 euro per persoon voorziet en die naar de agent gaan – die me honderden euro kosten voor verplaatsing en parking – geen effect. Boetes zijn mijn fout, geef ik toe.

De centenindex doen me pijn. Ik ben 59, hoogopgeleid, en word hierdoor niet geraakt.

Denk je even met me na?