Acht jaar, halfweg

4 september 2017, eerste werkdag bij de beursvennootschap.

Lowprofile gestart. Met uitzicht op meer. Eventueel vennoot.

Vroeger dan verwacht een tankkaart. Dank hiervoor.

Na de overgang naar Leleux was het perspectief weg. Ik zou bediende blijven.

Het nieuwe paritair comité in voege: geen extra vakantiedag bij anciënniteit. Niet erg.

Na onrustwekkende verdwijning van Lola en miscommunicatie val ik uit.

Ik durf mijn tankkaart niet meer te gebruiken. Ik kom weer werken, parttime en kom aan met mijn elektrische auto.

Een grote investering voor iemand met een bescheiden budget. Gelukkig is er de Vlaamse premie.

Laden is echter niet gratis. De tankkaart gewoon vervangen door een laadkaart lijkt logisch maar komt er niet.

Enkele hints helpen niet: opleidingen in Brussel – waarvoor Leleux 1.000 euro per persoon voorziet en die naar de agent gaan – die me honderden euro kosten voor verplaatsing en parking – geen effect. Boetes zijn mijn fout, geef ik toe.

De centenindex doen me pijn. Ik ben 59, hoogopgeleid, en word hierdoor niet geraakt.

Denk je even met me na?


centenindex/effectentaks

Ik prijs me gelukkig. Hoe zou ik me voelen als ik een beetje loonindex zou verliezen op mijn vermogen moet betalen?

Ik zou klagen. Mijn maandloon stijgt nauwelijks, mijn pensioen van ambtenaar is maar twintig percent hoger dan het gemiddeld inkomen van mijn werkende medeburger en ze vragen om een bijdrage van drieduizend euro per miljoen dat ik eerlijk erfde.

Ik ben vrijgesteld van deze lasten.

Brief aan Lola

Dag Lola

Ik wou beginnen met “Lieve Lola”.

Dat lukt niet. En ik weet zelf niet of je weet waarom het me niet lukt.

We zijn allebei ziek. Mentaal niet in orde. Je helpen lukt me niet zo goed.

Maar jij helpt me ook niet. De verhalen van misbruik waardoor ik als een misdadiger naar de politie moest voor ondervraging hebben er stevig ingehakt.

Eén sms’je met sorry papa doe jezelf niets aan de avond voordien is het enige dat ik van je hoorde.

We kunnen allebei niet goed praten over onze gevoelens en praten met elkaar lukt helemaal al niet.

Weet dat ik elk uur van de dag aan je denk. En ik hoop dat je ooit beter wordt. Dan word ik ook beter.

Mama neemt alle zorgen voor je in het gezin. Ik ben er als je tabak nodig hebt, als je wilt shoppen, om je chauffeur te zijn, om er te zijn bij je vragen, maar ik geef toe: het lukt me niet om meer te doen dan dat.

Ik wens je en ons allemaal beterschap.

Briefje aan Miel

13 ben je. Je was amper 11 toen de problemen met Lola begonnen. Ik ben supertrots op je, hoe je deze periode beleeft, overleeft, en meer nog: je geeft ons energie. Om er te zijn voor ons, en hoe veel te weinig ik dat er de laatste tijd voor jou ben. Ik ben je meer dan 5 euro verschuldigd. Dank voor alles!

Laatste keer Roompot

Ik ben hier twee weken. Mooi weer, goed gelegen bungalow, veel goede dagen, enkele mindere. Soms ligt het aan kleine dingen die me ongelukkig maken, meestal aan een fundamenteel schuldgevoel, een knagen, een onbehagen. Af en toe gaat het goed, als ik lees. En ik heb veel gelezen. Dat is voor mij een goed teken. Damiaanhoeve uitgelezen na twee maanden, en het einde is echt goed geschreven. Erik Vlaminck: enkele uren genot. Louis van Dievel : wat minder maar ook in een dag uit. Nu lees ik verhalen van Arnon Grunberg: blijft toch wel buiten categorie, al lees ik dit als “Nederlander”, terwijl Vlaminck en van Dievel dichter bij de Vlaamse klei (of zandgrond) blijven.

Maar het belangrijkste: deze week is Roompot Beach Resort Nieuwvliet-Bad omgedoopt in Landal. Op 30 september is het gebeurd: vlaggen, borden, autootjes – gisteren nog – niet lekker – gegeten in het restaurant met bediening – niet goed – in Roompot outfit, vandaag zijn zelfs de redders in het zwembad in Landal outfit.

Is het voor een cadeautje?

Lang geslapen vanmorgen. Een nacht van 11 uur slapen geeft me geen schuldig gevoel. Vandaag moet niets.

Het lukt me wonderwel. De stilte doorbreek ik door radio te luisteren. Ik lijk wel een tachtigjarige weduwnaar. Mijn vrouw en jonge kinderen zijn gewoon op weekend en ik kan niet mee. Ik mag mee. Ik kan het niet. Zij denken te weten dat ik geniet van af en toe een weekend voor mij alleen. Genieten is veel gezegd. Recupereren hoop ik te kunnen. Lukt soms even. Maar tegelijk mis ik ze. Dat zeg ik niet, want dan moet ik volgende keer wel mee.

Geen verplichtingen vandaag. Toch voorgenomen om naar de boekhandel te gaan, om een van de Libris Short List boeken te kopen. Niet dus. Standaard Boekhandel: werk aan de boekenwinkel!

Na drie kwartier zoeken naar de toonbank met “Woesten”. Meteen ook een pakje sigaretten gekocht. De medewerker vraagt of hij het zal inpakken. “Neen hoeft niet, ik ga de sigaretten zelf roken”. Mijn eerste gesproken woorden van de dag, en ik vind ze nog grappig ook. Hij ook denk ik.

Het debuut. Fictie, grotendeels toch.

Eén recensie in De Standaard volstond om de debuutroman van MS tot bestseller bij bol.com te katapulteren. “Het plot kent een verrassende wending, de elsschottiaanse stijl en de bijwijlen grimmige sfeer die doet denken aan ‘Lijmen/Het Been’ maken van deze roman een echte pageturner. De dialogen lijken recht uit de pen van een onderzoeksjournalist te komen die de smeuïge praktijken van de lokale politiek aan de kaak stelt. De literaire kwaliteiten zijn onbetwistbaar, vraag blijft of dit boek onder de fictie of de non-fictie gecatalogeerd moet worden.”

Het liet de burgemeester niet los. Hoe kon een debuutroman waarin hij het hoofdpersonage is, op slag op nummer één staan?

Voor het eerst stapte hij de lokale boekenwinkel binnen om het boek te kopen. De uitbaatster zocht op titel en auteur, maar wist alleen droog te melden dat het niet in op voorraad was en ook niet in de catalogus van de winkelketen stond.

(Hij had het pand maar net gerenoveerd en verhuurd aan een keten die zich profileert als boekhandel maar vooral winst haalt uit de verkoop van sigaretten en loterijproducten – kortom een goede huurder. Beter een goede huurder dan een insolvabele idealist.)

Dat de burgemeester een mooi parcours had gelopen bij E34 Mode – voor die de concurrentie moest laten voorgaan met de webshops – was algemeen geweten. Dat hij via diverse obscure vennootschappen het halve winkelpatrimonium van het dorp bezat, was alleen voor insiders en de abonnees van het Belgisch Staatsblad bekend.

Ook zijn hautaine houding tegenover de huurders in volle coronacrisis bleef onder de radar van de pers.

Eén enkele pseudojournalist had het reilen en zeilen van de burgemeester al op een kritische, zij het linkse, website gepubliceerd. Achtenzestig keer gelezen, vier maal gedeeld. Als onafhankelijk online medium overleven in deze polariserende mediamaatschappij is bijna onmogelijk voor nieuwssites zonder advertenties en met weinig lezers.

Begin april 2020 was er een korte conversatie, in volle lockdown.

“Als je mijn huurovereenkomst niet herziet breng ik het naar buiten. Het hele #metoo-verhaal. ”

“Als je denkt dat je indruk op me maakt, weet dat het me koud laat. Alle huurcontracten zijn geregistreerd, zonder bijzondere clausules.”

Dit korte telefoongesprek kwam even in hem op. Hij vond niet dat hij avances had gemaakt, zij was het net die hem had verleid en zo een korting op de huur had bedongen.

Zo snel als deze gedachte in zijn hoofd was opgekomen, verdween die ook.

Nu de roman er was, leek iedereen wel geïnteresseerd in de burgemeester en zijn dorp. Was het echt een roman of eerder een afrekening? In ieder geval stond het boek op nummer één zonder dat er een boekvoorstelling was geweest, zonder één enkele leesclub in de bibliotheken, culturele centra of via live-chat.

In de lokale bibliotheek, die al jaren huisde in een afgeleefd pand, en waar de burgemeester in de jongste gemeenteraad de beslissing had kunnen doordrukken voor een verhuis naar een nieuw – weliswaar duurder pand (uit zijn portefeuille), was het boek wel beleverd, maar niet via het centrale kanaal. Bovendien was het daarna onmiddellijk uitgeleend. Omwille van de privacy kon de bibliothecaris onmogelijk zeggen aan wie.

MS wist dat hij een bijzonder debuut had geschreven. Tientallen uitgeverijen had hij gecontacteerd, althans in zijn hoofd, want tot actie kwam hij niet. In eigen beheer zou hij het uitgeven, zonder bemoeienissen of afwijzingen van redacteurs die beter zijn in lezen dan in schrijven. Een bevriende bourgondische journalist bij de krant had hij kunnen overtuigen om zijn recensie integraal over te nemen en te publiceren in de letterenbijlage op vrijdag.

Geld zou de rest doen.

De auteur schreef nog een kort bericht naar de burgemeester.

“Ik heb je de naar best vermogen opgevoed. Je hebt een rijke carrière gehad en veel geld verdiend. Mijn laatste wens was om een boek te schrijven over jouw leven: leeg. En ik heb tweehonderdzeventachtig lege bladzijden geschreven. Vijfenveertigduizend exemplaren heb ik zelf gekocht.”

Jonge Johan

Mijn eerste herinnering: meester Johan. Toen ik als grapje deed alsof mijn verfbekertje zou omvallen en dit ook gebeurde. Eerste leerjaar. Kapot was ik. Kort erna kreeg ik een toets waar ik zeven op tien had, en mijn papa me voor het nieuws naar bed stuurde. De dag erna bekende de meester dat hij verkeerd gerekend had en ik acht komma vijf had. Nog niet de negens en tienen die ik altijd kreeg, maar toch. Het leed is gebleven, ik ben onterecht te vroeg het bed in gestuurd. Ik zal nooit weten wat er die dag in de wereld is gebeurd.

Meester Johan bleef aan me plakken. Twintig jaar later zag ik hem weer. In Antwerpen, met zijn vriend. Hij zag er goed uit voor een jonge veertiger. Het onderwijs geruild voor tuinonderhoud. Hoe liefde je van job doet veranderen. We hebben twee minuten gepraat en elkaar nooit meer gezien. Meester Johan, Mijnheer D’Haese, geniet van je laatste jaren.

Dat ik mijn jaren in de lagere school een voorbeeldige leerling was blijkt uit mijn rapporten. Ook al bracht mijn mama me tijdens de speeltijd koffiekoeken en kocht ik snoepjes bij Liesje die ik in de klas stiekem op at. Ik herinner me twee berispingen: in het derde leerjaar stopte de meester (Mijnheer Gillis) met voorlezen omdat ik praatte me een vriendje (al was toen al praten mijn sterkste punt niet) en in het zesde omdat ik snoepte in de les – de snoepjes van Liesje. Ik geef toe, ik heb er ook een pakje sigaretten gekocht. Twintig frank, de prijs van een groot brood, en gedeeld met vrienden wier namen ik niet meer ken.

Een groot brood is duur geworden intussen, meer dan 3 euro, en een pakje sigaretten kost nu 10 euro. Inflatie, gezondheidsinflatie.

Lucien De Priester, broeder Bellarminus, speelde een belangrijke rol in mijn jonge en adolescente leven. Hij behoedde onze jongensschool voor zichtbare schouders, te korte broeken, en heeft ertoe bijgedragen we enkel in dromen van onze broeders aanwezig waren. De broeder lichamelijke opvoeding mocht wel toekijken hoe de jongens zich omkleedden, want dat hoorde bij zijn job.

Broeder zijn is geen job meer.

Ik heb nog vaak aan hem gedacht, maar dat hij nog zou leven als ik al veertig- laat staan vijftig-plus was had ik nooit vermoed.

Nochtans heeft hij het zaadje gelegd voor mijn toekomst. En ik ben er rouwig om.

In zogenaamde crisistijd begin de jaren tachtig van de vorige eeuw, komt het thuis ter sprake. Goede student, intelligent, ik dus. Wat wil ik? Psychologie, misschien, of rechten, of criminologie. Neen. Als je al duur wilt zijn, een richting met toekomst. Economie…?

Broeder Lucien De Priester nodigt me uit in de tuin van het klooster annex school. Op een bankje, samen. In juli, op een zomerse dag. Hoofd licht naar links gebogen, gereserveerd. Twee vragen. Of ik een roeping heb, of er voor open sta. Waar ik economie ga studeren: Antwerpen of Leuven. Gent kan niet. Je hebt weinig keuzes in je leven. Telkens een op twee. Ik werd geen broeder. Ik studeerde economie.

In 1985 belde hij me nog: ik had het eerste jaar TEW afgerond met onderscheiding. In 1986 belde hij me niet meer, wegens geen onderscheiding.

Lucien De Priester, broeder Bellarminus, is in 2016 op 93-jarige leeftijd overleden. Ik ontving geen overlijdensbericht.

Observaties vanuit Malaga: beleidsnota voor Vlaamse steden

Wat me hier is opgevallen, is dat de straten en pleinen peukvrij zijn. Ik merk nochtans veel rokers en mensen leven hier buiten, op straat, op de pleinen, in de parken. Minstens elke 100 meter vind je hier vuilnisbakken die peukaangepast zijn, en dat zorgt voor discipline en netheid.

In mijn dorp, in mijn stad lopen en staan rokers elkaar aan te staren als waren ze paria’s – ze zetten hun gezondheid en die van de anderen op het spel – hebben ze wel recht op gezondheidszorg later? En vooral: ze vervuilen de buurten, de stoepen, de overkappingen waar ze schuilen om toch enkele minuten van hun verslaving te genieten. Maak de verslaving duurder, maar zorg voor netheid, lieve overheid. Zorg voor peukbakjes, peukvakjes, en de rokers – bijdragers aan het wegwerken van het overheidstekort – en de niet-rokers zullen u dankbaar zijn.